nieuws

|
28 november 2017

‘De eerste bedoeling is om voedselverspilling tegen te gaan’

Polarisatie: arm versus rijk

Hasselt — Een op tien Vlamingen heeft geen geld genoeg om fatsoenlijk eten en drinken te kopen. Het gloednieuwe project Axel van TV-zender VIER tracht deze kloof tussen arm en rijk te dichten door 10.000 euro aan daklozen weg te schenken. Maar je kan het probleem ook structureel aanpakken, zoals de 25-jarige Voedselbank Limburg bewijst.

Ongeveer 650.000 Vlamingen, ofwel een op de tien, moesten in 2015 zien rond te komen met een inkomen onder de armoederisicodrempel. Dat aandeel blijft daarmee stabiel ten opzichte van de voorbije jaren, zo blijkt uit de Armoedemonitor 2017 van de Vlaamse regering. Minister van Gelijke Kansen en Armoedebestrijding Homans gooit naar eigen zeggen de handdoek nog niet in de ring.

Toch horen we de stereotypen die rond armoede in de lucht hangen elke dag luider. De rijken betalen te weinig belastingen en de armen kunnen toch ook werken. Al wordt iemand niet zomaar rijk of arm. Voedselbank Limburg probeert de minder bedeelden dan ook een handje toe te steken.

Tien pagadders

‘Een tijdje terug kwam er een weduwe met tien kinderen bij ons aankloppen’ , vertelt afgevaardigd bestuurder Luc Goossens. ‘De dame vertelde me dat ze niet voldoende eten had. Als alleenstaande is het al moeilijk, met tien pagadders extra moeilijk. Daarom proberen we iedereen te helpen. Die hulp is bijgevolg volledig gratis. Wij schenken alles gratis weg. Maar hoe wordt alles dan gefinancierd? Subsidies van de overheid? ‘Nee’, zegt Goossens: ‘Dankzij giften. Met de voedselbanken uit alle Belgische provincies hebben we ons verenigd tot een nationale federatie. Die Belgische Voedselbank heeft een ploeg die de voedingsmultinationals bewerkt. Via deze weg en dankzij sponsoring krijgen we dan wat financiële middelen. Stel, er is een investering in koelcellen nodig. Dan dienen wij, om deze grote koelkamers te bekomen, een aanvraag in bij de federatie. Als deze wordt goedgekeurd, krijgen we 80–90 % van onze middelen via dat nationale orgaan, maar de rest moeten Goossens en zijn team zelf bij elkaar zien te rapen.

Voedselbank Limburg werkt wel anders dan een gewone voedselbank. ‘Wij kunnen van een sukkelaar in Riemst toch niet verwachten dat hij of zij helemaal tot in Hasselt komt om het voedsel op te halen’ , vindt de Hasselaar. Daarom zijn er dus liefdadigheidsverenigingen die hun voertuig in Kuringen komen volladen en dit dan bijvoorbeeld tot het volkstehuis in Riemst brengen. In totaal komen er maar liefst 53 verenigingen bij Voedselbank Limburg langs. ‘Je kan ons een beetje vergelijken met een groothandel’ , zegt Goossens.

1234 ton

Wat de gepensioneerde man pleziert is dat het regelmatig voorvalt dat slagerijen, grootwarenhuizen of andere organisaties zelf naar de voedselbank bellen om hun overschotten kwijt te raken. Zo is er bijvoorbeeld het voedingsbedrijf Noliko. ‘Stel nu dat Carrefour bij Noliko 100 000 potten erwten bestelt. Noliko koopt deze erwten dan bij hun boeren aan, maar de firma kan dan natuurlijk niet precies tot op de kilo uitrekenen hoeveel kilo gelijk is aan 100 000 potten. Dan kan het wel eens gebeuren dat er bijvoorbeeld 500 potten overblijven’ , licht Goossens toe. Die schenken zij dan aan de voedselbank. In 2016 hebben de voedselbanken over heel Europa maar liefst 1234 ton voedsel uitgedeeld. In kilo’s uitgedrukt is dat 1 234 000 kilo.

Naast Noliko haalt Goossens ook nog andere gulle schenkers uit Limburg aan: Colruyt, melkbedrijf Limelco in Zonhoven, Nikita in Herk-de-Stad (salades en aperitiefhapjes) en Konings(dranken). Onlangs kreeg Luc Goossens een tip binnen over een mogelijk nieuw contact: Pludis (gevogelte). De zaken gaan goed dus. ‘Al beleeft Voedselbank Limburg momenteel wel een mindere periode’ , beweert Roger Van Diest, de voorzitter van Voedselbank Limburg. Een voorbeeld hiervan is dat een grootwarenhuis, waarvan Van Diest de naam liever niet vermeld, vroeger regelmatig schenkingen aan hen overmaakte. Nu doet deze keten slechts eenmaal per jaar gedurende een week een inzamelactie bij hun klanten. Dat is het verschil. Het is niet voldoende om eenmaal naar een firma te bellen en dat zij zeggen: “we gaan aan u denken.” Maar binnen twee à drie maanden zullen we er wel terug bovenop zijn, geen paniek’ , stelt de zeventiger.

Alcoholisme

Paniek heerst er wel bij de familie D.C. Heel wat jaren terug een vooraanstaande familie, maar door excessief drankgebruik liep alles mis. Zowel zoon, vader als moeder hebben in 2017 een alcoholprobleem. ‘Vader was advocaat, moeder tandarts’ , zegt de zoon. ‘Het ging allemaal zo snel. Toen ik nog een kind was woonde ik samen met mijn ouders in een mooie villa midden in het dorp. We hoefden ons nergens zorgen om te maken, maar dat sloeg snel om. Vooral mijn vader had een erg stressvol beroep. ’ s Avonds ontspande hij zichzelf al eens met een oeroude whisky in de zetel. Mijn moeder dronk meestal mee. Daar is het beginnen uit de hand lopen.’

Nu is de familie zo goed als alles kwijt. ‘Dankzij mijn overleden grootvader hoeven mijn ouders en ik nog niet op straat te leven. Dat zou ik niet kunnen. Soit, we hebben het aan onszelf te danken’ , beseft T.D.C. Al vindt hij het tegelijk niet kunnen hoe rijken maar in de schatkist van de overheid blijven graaien. ‘Laat me duidelijk zijn: ik heb het niet zo voor rijken, maar het is ook niet zo dat ik iets heb tegen alle rijken. Wat me vooral stoort, zijn rijken die hun geld niet eerlijk zelf verdiend hebben. Een erfenis, van het woord alleen al word ik ziek. Al weet ik dat ik er zelf ook van leef. Dan heb ik meer respect voor zakenmannen met inzicht en een duidelijk doel voor ogen.’

Eten doet T.D.C. bijna niet meer. Hijzelf beweert dit te compenseren met zijn overmatig drankgebruik. ‘Het klinkt misschien raar, maar ik heb nooit snel honger. Al moet een mens wel eten. Is de voedselbank dan geen optie? ‘Toch wel. Wanneer ik het echt moeilijk heb, ga ik er wel eens langs. Gouden mensen daar, echt chapeau voor wat ze doen. Al blijft het erg om dit te moeten zeggen, maar ik “overleef” op alcohol en sigarettenpeuken die ik van de straat opraap.’

Project Axel

Tv-maker en acteur Axel Daeseleire vertelt in HLN dat hij vanaf 26 oktober 2017 op VIER mensen zoals T.D.C. zal helpen. Dit doet hij in een gloednieuw programma genaamd “Project Axel”. Daeseleire is een rasechte Antwerpenaar en gaat in zijn bakermat dan ook op zoek naar mensen die geen uitweg meer zien. De acteur geeft vijf daklozen elk 10 000 euro om een nieuw leven op te starten. ‘Geloof me, ze komen er allemaal sterker uit’ , beweert Axel.

Toch krijgt het programma, vooraleer het goed en wel gestart is, al bakken kritiek. Zo is Bea Cantillon, hoogleraar en armoede-experte aan Universiteit Antwerpen, vooral niet te spreken over het morele aspect. Cantillon vindt het een schande dat mensen in diepe armoede omwille van kijkcijfers in beeld worden gebracht. Daeseleire geeft tegenwind: ‘Ons programma is informatief en geen entertainment. Ik weet van mezelf dat ik goed de kost verdien, maar ik weet nu ook dat je op één-twee-drie op straat kan staan. We zijn dus zeker niet op zoek naar sensatie. Laat dat alstublieft duidelijk zijn.’ Het valt natuurlijk nog af te wachten hoe kijkend Vlaanderen op “Project Axel” zal reageren.

Al is het doel van de zaak vrij simpel. Mensen die in de put zitten een tweede kans geven. Het is aan de personen in kwestie om deze mogelijkheid te grijpen. De eerste beelden die werden vrijgegeven waren vrij hard te noemen. We zien Daeseleire tekeergaan tegen een van zijn gesprekspartners. ‘Dat was soms wel nodig. Ik wil dat ze deze opportuniteit met beide handen vastgrijpen. Soms was dat niet makkelijk. Je kan veel doen met 10 000 euro, onder andere ze verkwanselen, en dan sta je daar’ , aldus de presentator.

Boerenzoon

10 000 euro is voor bedrijfsleider P.G., actief in renovatiewerken, dan weer een peulenschil. ‘Dat kan je nu wel zeggen, maar het is niet dat geld zomaar uit de lucht komt vallen. Ik ben en blijf een boerenzoon. Ik weet dus ook wat het is om je rug krom te werken op het veld en de eindjes aan elkaar te moeten knopen. Je moet gewoon de drive hebben om te willen slagen en nooit op te geven. Met mijn bedrijf heeft het ook erg lang geduurd vooraleer we echt van de grond kwamen. Nu lukt ons dat stapje voor stapje elke dag een beetje meer’, weet P.G.

De bedrijfsleider kan de minderbedeelden dus goed begrijpen. ‘Het is te simpel om tegen die mensen te zeggen: ga eens werken. Sommigen hebben nooit een degelijke opvoeding of steun van hun ouders gehad en belanden zo al vroeg op straat. En geloof me, de weg naar beneden is makkelijker dan de weg naar boven. ‘Ik weet hoe het voelt om aan de grond te zitten. Ikzelf heb twee keer aan de rand van een faillissement gestaan. Door een samenwerking met een nieuwe investeerder op te starten, heb ik mezelf en mijn bedrijf kunnen redden. Nu draaien we een jaaromzet van 3,5 miljoen euro en zijn we gelukkig, maar het geluk kan snel keren’ , aldus P.G.

Interimkantoor

‘Voor die jonge sukkelaars die van geen enkele kant hulp krijgen kan ik dus begrip opbrengen. Armen die hun zuur verdiende geld terug weggeven aan bijvoorbeeld verdovende middelen, dat is een ander geval. Herpak je, bijt op je tanden en stap naar het interimkantoor’ , besluit P.G.

We kunnen dus besluiten dat het gat tussen arm en rijk in 2017 nog tamelijk groot is. Toch wordt er al enkele jaren meer en meer aan gedaan om de kloof te dichten. Zo werden er door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen enkele initiatieven genomen om de toegang tot wonen voor mensen met een laag inkomen te vergroten. Want een dak boven het hoofd is een absolute basisnood voor mensen die het moeilijk hebben.

De activiteiten van sociale verhuurkantoren, het gebruik van huurtoelagen en het nagaan of men de bestaande verzekering gewaarborgd wonen voor eigenaars ook naar de groep huurders kan uitbreiden, zijn positieve signalen. Het ontbreekt echter aan structurele maatregelen die daadwerkelijk een antwoord kunnen bieden voor de vele mensen voor wie degelijk wonen een probleem is. We denken dan bijvoorbeeld aan een echt substantiële uitbreiding van het publieke woningpark of een omkadering van de huurprijzen op de private markt. Toch nog werk aan de winkel dus.

 

Mathias Vranckx

Artikel uit het magazine Polarisatie, een uniek project van studenten 3de bachelor journalistiek, PXL Hogeschool Hasselt

partners