nieuws

John Malith Mabor: Vredesweekgetuige

Bouwen aan vrede: Mag het wat m€€r zijn? Zo luidt de slogan van de Vredesweek 2019. Want de Vredesweekpartners willen meer geld zien vloeien naar vredesopbouwwerk! Eén van de regio’s die zelden in het nieuws komt maar waar bouwen aan vrede voor velen van levensbelang is, is Zuid-Soedan.

Zuid-Soedan werd onafhankelijk in juli 2011 na afscheuring van Soedan. ’s Werelds jongste staat kende sindsdien veel groeipijnen. Eind december 2013 brak een burgeroorlog uit in het land. Tenmidden van een machtstrijd beschuldigde president Salva Kiir zijn voormalige vicepresident Riek Machar ervan een staatsgreep te plannen. Het gevolg was een gewelddadig conflict dat meer dan 400.000 slachtoffers eiste en meer dan 1,5 mensen op de vlucht joeg. De burgeroorlog werd grotendeels uitgevochten langs etnische scheidingslijnen, tussen Dinka en Nuer. Moe gevochten sloten de strijdende partijen in 2018 verschillende vredesakkoorden. De grote gevechten doofden uit en een relatieve rust keerde terug. Vandaag is het wachten op de volledige implementatie van de akkoorden om echt werk te maken van wederopbouw.

John Malith Mabor, getuige tijdens de Vredesweek 2019, is alvast hoopvol. Ondanks de vele uitdagingen ziet hij lichtpunten. John groeide op in een land in oorlog en werkt vandaag voor PAX, de Nederlandse zusterorganisatie van Pax Christi Vlaanderen. Via het ‘Human Security Survey’-programma zet hij zich in voor de vrede in zijn land. Met zijn team brengt hij de veiligheidsrisico’s en -noden vanuit het perspectief van de lokale bevolking in kaart. Op basis van deze bekommernissen kan een dialoog gestart worden en gaat men op zoek naar oplossingen.

John zal tijdens de Vredesweek in verschillende steden vertelllen waarom het zo belangrijk is om naar de lokale bevolking te luisteren en  hoe dit concreet kan gebeuren. Daarnaast zal hij het publiek ook meegeven hoe investeren in vrede een verschil kan maken.

In afwachting daarvan, stellen we hem alvast aan jullie voor. Of beter nog, we laten hem zelf aan het woord.

 

Human Security Surveys, wat houdt dat eigenlijk in? Hoe gaan jullie precies te werk?

John Malith Mabor: Met het Human Security Surveys-programma zijn we actief in vier verschillende deelstaten van Zuid-Soedan: Eastern Lakes (Yirol), Juba (de hoofdstad), Payinjiar en Jonglei (Bor). We bevragen een doorsnede van de lokale bevolking. Daarbij peilen we naar de veiligheidssituatie en de perceptie ervan. Zo vragen we bijvoorbeeld: Heb je het gevoel dat de veiligheid sinds vorig jaar eerder is toegenomen, afgenomen of eerder hetzelfde is gebleven? Met welke conflicten werd jij zelf geconfronteerd? Denk je dat ontwapening nodig is om de veiligheid in jouw streek te vergroten?

Voor we de eigenlijke surveys afnemen, trainen we eerst de mensen die dit werk gaan uitvoeren. Het gaat per regio om een 8 tot 12-tal mensen die de lokale taal en gewoontes kennen. Zij trekken vervolgens naar de respectievelijke regio’s om de interviews af te nemen. Per staat gaat het om een representatieve steekproef van zo’n 350 respondenten.

Na het verzamelen van de data sturen we de gegevens naar Nederland. Daar worden ze verwerkt en gesynthetiseerd. Deze conclusies zijn erg belangrijk voor de volgende fase. Daarbij brengen we een groep vertegenwoordigers bij elkaar, die bestaat uit traditionele stammenleiders, mensen uit de veiligheidsvoorziening, zoals leger of politie, en vertegenwoordigers van jongeren en vrouwen. Zij krijgen de resultaten van de surveys te zien en worden gedurende een sessie van een dag geconfronteerd met wat er lokaal leeft. Klopt dit met hoe jullie dat aanvoelen? Vaak ontstaat er dan een discussie tussen de meer traditionele autoriteiten enerzijds en de jongeren en vrouwen anderzijds.

Daarna wordt het echt interessant. Gedurende twee dagen gaat dezelfde groep in dialoog over hoe deze uitdagingen aan te pakken. Het resultaat hiervan zijn actieplannen. Per gedefinieerde uitdaging worden acties naar voor geschoven om de onveiligheid aan te pakken. Deze acties krijgen een concrete timing mee en duidelijk meetbare indicatoren. Zo is op het einde van de voorgestelde timing duidelijk of de acties tot succes leidden.

 

Wat zijn de grootste uitdagingen in de vier staten waar jullie werken?

John Malith Mabor: Er is een groot probleem van veeroof. Het hebben van vee staat gelijk met het hebben van macht. Hoe meer koeien je hebt, hoe meer aanzien en middelen. Daarnaast is er ook het probleem van beperkte grondstoffen. Conflicten over land en waterbronnen vinden daar hun oorsprong.

De onstabiele politieke situatie van het land komt daar nog eens bovenop. Dit verergert de bestaande conflicten. De onafhankelijkheidsoorlog en de daaropvolgende, jarenlange burgeroorlog brachten veel wapens in circulatie.

Naast de wapens is er ook het probleem van wetteloosheid. Door de politieke situatie ontstaat een soort machtvacuüm waarbij het recht van de sterkste geldt. Er zijn veiligheidsactoren zoals lokale politie, maar die wordt niet goed betaald. Corruptie tiert welig.

 

Hoe pak je het als vredeswerker aan om niet van partijdigheid beschuldigd te worden, in een land waar conflict op het scherp van de snee wordt uitgevochten?

John Malith Mabor: Dat gaat inderdaad moeizaam. In Payinjiar, één van de vier staten waar we werken, was dat bijvoorbeeld allesbehalve evident. Die staat wordt niet door de overheid uit Juba gecontroleerd, maar door de rebellen die jarenlang gevochten hebben tegen de regering in de hoofstad. Ik woon in Juba en ben Dinka, de etnische groep van de president. Toen we met de Human Security Survey in Payinjiar begonnen, werd ik in eerste instantie als spion aanzien.

Het heeft tijd nodig om vertrouwen te winnen en duidelijk te maken dat ik vredeswerker ben. Maar zodra we kunnen tonen wat we precies willen doen, is het goed. Per slot van rekening is de nood aan vrede en veiligheid iets dat de verschillende groepen overstijgt. Het is iets waar we allen naar op zoek zijn.

 

Kun je ons een voorbeeld geven van een situatie waarbij jullie werk het verschil heeft kunnen maken?

John Malith Mabor: Tijdens de bevragingen in Payinjiar kwamen veeroof, eremoorden en verkrachtingen als belangrijkste problemen naar voor. Als schuldigen werden de Dinka uit het naburige Yirol met de vinger gewezen. De conflicten spelen zich vooral af op de grens tussen beide staten.

Wanneer we zowel in Payinjiar als Yirol bespraken welke acties we konden ondernemen om de veiligheid te vergroten, kwamen beide groepen tot een zelfde conclusie: dat er nood was aan een vredesdialoog. De oplossingen aan beide kanten van de grens liepen gelijk. De volgende stap was dan ook logisch. 

We spraken af dat een groep uit Yirol naar Payinjiar zou gaan om een dialoog op te starten. Al bleek dat niet eenvoudig. De autoriteiten op de grens stonden er weigerachtig tegenover. “Te gevaarlijk!” zeiden ze, “jullie zullen nooit terugkeren”. Na veel onderhandelen werd uiteindelijk toch doorgang verleend. En wat bleek? Na vijf dagen keerde de Dinka-groep uit Yirol veilig terug. Ook voor de Nuer van Payinjiar was dat een belangrijk teken. Het was een eer dat de delegatie hen vertrouwde en de stap waagde. Vervolgens trokken zij naar Yirol. Vandaag zijn de grensconflicten verminderd en neemt de handel toe. Zelfs de overheid feliciteert ons met wat we bereikt hebben.

 

Hoe loopt de samenwerking met internationale actoren zoals UNMISS, de missie van de Verenigde Naties in Zuid-Soedan?

John Malith Mabor: We sturen de Human Security Surveys, de analyses van de bevragingen, altijd door naar de Verenigde Naties. Ze zijn vragende partij. Zeker wat betreft de situatie in de hoofdstad Juba. Hier spelen immers andere problemen dan in de rest van het land. Het is een stad, er is minder vee, dus het traditioneel conflict van veeroof speelt er minder. De snelle groei van de stad is wel een uitdaging. Mensen uit heel het land komen naar Juba en eigenen zich daar grond toe. Dat gebeurt niet altijd op een wettelijke manier, met vele conflicten tot gevolg.

UNMISS heeft een belangrijke burgercomponent. Zij maken niet enkel gebruik van de informatie over de veiligheidspercepties en -noden die we hen doorspelen, ze ondersteunden ons in 2018 ook logistiek en financieel bij het uitvoeren van de Human Security Survey in Juba. Een grote meerwaarde!

 

Waar zie je nog uitdagingen?

John Malith Mabor: Sommigen hebben baat bij de onveiligheid en een klimaat van wetteloosheid. Jongerengroepen die uit zijn op criminele activiteiten varen er bijvoorbeeld wel bij. Momenteel is er te weinig politieke wil en macht om daar verandering in te brengen.

Sinds vorig jaar zijn er vredesakkoorden gesloten tussen de strijdende partijen. De grote gevechten zijn tot stilstand gekomen. Al blijft het gespannen wachten op de correcte implementatie van de afspraken in het akkoord.

Ook is er nood aan meer middelen voor het werk dat we doen. We zijn momenteel slechts actief in vier staten, terwijl veel van de uitdagingen zich afspelen over de staatsgrenzen heen. Dat zagen we bij Payinjiar en Yirol. Maar ook wat betreft de uitdagingen in de staat Bor is dat zo. Veel van de veiligheidsproblemen zijn ook daar terug te voeren tot schermutselingen aan weerszijden van de grens. Momenteel hebben we niet de middelen om hier in te grijpen. Al doen we er alles aan om ze te verkrijgen!

 

Waar haal jij de kracht vandaan om dit werk in deze moeilijke omstandigheden te verrichten?

John Malith Mabor: Ik haal enorm veel voldoening uit dit werk. Het gaat me ook nauw aan het hart. Ik ben zelf afkomstig uit Yirol. Het feit dat ik daar een verschil kan maken en de uitdagingen kan aanpakken die ik zelf ook persoonlijk ken, geeft me veel kracht. In de dialoog tussen Yirol en Payinjiar slaagde ik er zo in om de bekommernissen van de ene naar de andere groep te communiceren. Het vertrouwen dat beide partijen me gaven was een sterk signaal, het is immers allesbehalve vanzelfsprekend. Het toont aan dat de nood aan vrede gedeeld wordt door verschillende groepen en dat we vooruitgang kunnen boeken!

 

Interview: Thomas Deweer

 

partners