nieuws

België als vredesbouwer in de VN-veiligheidsraad: van woorden naar daden

België zetelt in 2019 en 2020 in de VN-Veiligheidsraad. Ons land profileert zich op het allerhoogste internationale toneel als een belangrijke vredesbouwer. Een ambitie die Pax Christi en de Vredesweekpartners enkel kunnen toejuichen. Maar in hoeverre voegt België ook de daad bij het woord? Met andere woorden: hoe zit het met de Belgische investeringen in vredesopbouw en maatschappijopbouw? En welke rol speelt België in de totstandkoming van efficiënte VN-vredesoperaties?

Op 8 juni 2018 werden België en vier andere landen (Duitsland, Dominicaanse Republiek, Zuid-Afrika en Indonesië) verkozen als niet-permanente leden voor de periode 2019-2020. Sinds 1 januari 2019 zetelt België voor twee jaar in de VNVeiligheidsraad. Onder het motto ‘Consensus smeden, bouwen aan vrede’ voerden Belgische diplomaten de afgelopen jaren campagne om die zetel in de wacht te slepen.

In wat volgt gaan we dieper in op drie vragen: hoe zit het met de Belgische investeringen in vredesopbouw? Welke investeringen doet België in maatschappijopbouw? En welke rol speelt België in de totstandkoming van efficiënte VN-vredesoperaties?

Hoe zit het met de Belgische investeringen in vredesopbouw?

De Belgische investeringen in vredesopbouw situeren zich voornamelijk in twee mechanismen: het VN-Vredesopbouwfonds, officieel VN-Fonds voor Vredesopbouw (UN Peacebuilding Fund, PBF) en de basisallocatie Vredesopbouw van de FOD Buitenlandse Zaken.

Het VN-Fonds voor Vredesopbouw is een flexibel VN- financieringsmechanisme. Het werd opgericht in 2006 en financiert momenteel meer dan 120 projecten in 25 landen. Deze projecten zijn gericht op vier types van activiteiten:

  • De uitvoering van vredesakkoorden en ondersteuning van een politieke dialoog
  • De promotie van vreedzame conflictresolutie- en samenlevingsinitiatieven
  • De heropleving van de lokale economie en creatie van een vredesdividend
  • Het herstel van bestuur en basisdiensten

Tijdens een recent debat in de Veiligheidsraad (december 2018) benadrukte VN-secretaris-generaal Guterres het centrale belang van het Vredesopbouwfonds. Guterres stelde in een eerder rapport al dat “the Peacebuilding Fund, as a timely, catalytic and risk tolerant instrument, is a critical vehicle as the United Nations steps up its efforts to build resilience and drive at a greater scale, integrated United Nations action for prevention”.1

De Verenigde Naties schatten dat het VN-Vredesopbouwfonds 500 miljoen dollar per jaar nodig heeft. Het fonds heeft echter te kampen met een chronisch gebrek aan middelen. Ook de Belgische bijdrage aan het Vredesopbouwfonds is erg beperkt.
Tussen 2006 en 2019 droeg België 7,8 miljoen dollar bij aan dit fonds.

De Belgische bijdrage verzinkt in het niets tegenover de steun van verschillende Europese lidstaten: Zweden (155,3 miljoen dollar), het Verenigd Koninkrijk (155,1 miljoen), Duitsland (121,6 miljoen), Nederland (106,4 miljoen), Noorwegen (80,8 miljoen),
Denemarken (30,6 miljoen), Finland (24,7 miljoen), Ierland (22,6 miljoen) en Spanje (17,9 miljoen).2

Binnen de FOD Buitenlandse Zaken bestaat ook een basisallocatie Vredesopbouw. In de begroting voor 2019 wordt daarvoor slechts vijf miljoen euro vrijgemaakt. Dit past in een bredere trend, waarbij sinds het begin van de huidige legislatuur (2014-2019) drastisch het mes werd gezet in de middelen voor vredesopbouw.

In 2015 daalde het beschikbare budget voor deze basisallocatie met maar liefst 67,5 %, van 14,8 miljoen (in 2014) naar 4,8 miljoen euro. In de daaropvolgende jaren bleef het budget voor vredesopbouw steevast schommelen rond de vijf miljoen euro.
Indien men de hele periode tussen 2005 en 2019 in rekening neemt, is er sprake van een nog drastischere daling van de beschikbare middelen, met 79,5 %.

Binnen deze zeer beperkte budgettaire marge specifiëren de huidige richtlijnen van de basisallocatie Vredesopbouw3 dat projectvoorstellen moeten aansluiten bij een reeks van thematische en geografische prioriteiten:

  • De thematische prioriteiten situeren zich in een aantal domeinen waar België de nadruk op legde tijdens zijn campagne voor een zetel in de Veiligheidsraad: conflictpreventie (met een bijzondere nadruk op bemiddeling en de rol van vrouwen); bescherming van burgers (in het bijzonder kinderen); ontwapeningscampagnes; bevordering van de mensenrechten (in het bijzonder van vrouwen en kinderen) en versterking van de rechtstaat; de strijd tegen straffeloosheid; de strijd tegen gewelddadig extremisme en terrorisme; en de impact van klimaatverandering op de veiligheidssituatie van burgers.
  • De geografische prioriteiten omvatten regio’s waar de Belgische regering een ‘Comprehensive Approach’ wil implementeren (met name de Sahel, Irak, Syrië en Tunesië) en ook de twaalf lidstaten van de Internationale Conferentie van de Regio van de Grote Meren. Projecten in buurregio’s van deze prioritaire regio’s kunnen eveneens in beschouwing worden genomen voor projectfinanciering.

Welke investeringen doet België in maatschappijopbouw?

Naast de middelen voor vredesopbouw binnen de FOD Buitenlandse Zaken, bestaat er binnen het Directoraat-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGD) ook een budgetlijn voor ‘maatschappijopbouw’.

Maatschappijopbouw is één van de drie prioritaire thema’s van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, naast mensenrechten en waardig en duurzaam werk. De beleidsnota Ontwikkelingssamenwerking 2019 besteedde heel wat aandacht aan de rol van ontwikkelingssamenwerking in fragiele contexten.

De beleidsnota benadrukt dat ‘vrede en veiligheid’ een prioriteit is van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Enerzijds omdat veel partnerlanden van de gouvernementele samenwerking zich in een fragiele situatie bevinden. Anderzijds omdat verschillende humanitaire en politieke crises waarin België humanitaire hulp verschaft steeds langer duren. Volgens de beleidsnota 2019 is het in dergelijke landen (niet noodzakelijk partnerlanden van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking) belangrijk om de “transitie naar ontwikkeling te ondersteunen door de grondoorzaken van fragiliteit, conflict en humanitaire crisissen aan te pakken”.

In 2017 werd daarvoor binnen het Directoraat-Generaal Ontwikkelingssamenwerking een nieuwe directie Humanitaire Hulp en Transitie (D5) opgericht. Deze directie bestaat uit twee diensten: Humanitaire Hulp (D5.1) en Transitie naar ontwikkeling
en goed bestuur (D5.2). Deze laatste dienst moet de bevoegdheden en het beheer van samenwerkingsinstrumenten met betrekking tot situaties in transitie gelinkt aan langdurige crises groeperen.

De belangrijkste budgetlijn hiervoor is de basisallocatie Maatschappijopbouw en goed bestuur. Voor 2019 wordt een bedrag van 27,9 miljoen euro voorzien. Dit is een gevoelige stijging (+ 136 %) in vergelijking met het begin van de huidige legislatuur (nl. 11,85 miljoen in 2014).

Welke rol speelt België in de totstandkoming van efficiënte VN-vredesoperaties?


Het opstellen en goedkeuren van de mandaten voor een VN-vredesoperatie is één van de belangrijkste bevoegdheden van de VN-Veiligheidsraad. De afgelopen jaren vonden verschillende grote hervormingen plaats van dergelijke vredesoperaties.

In juli 2015 voltooiden de Verenigde Naties een grote ‘review’ of evaluatie van de VN-vredesoperaties, dankzij het High-Level Independent Panel on Peace Operations (HIPPO). Het HIPPO-rapport formuleert 166 aanbevelingen, die uiteenvallen in vier grote thematische assen: 1) het primaat van de politiek; 2) de flexibele en contextspecifieke inzet van verschillende soorten VN-vredesoperaties; 3) de versterking van regionale partnerschappen; en 4) het belang van een aanpak die focust op het terrein en de lokale bevolking.

In 2015 werd ook een nieuw ‘Peacekeeping Capability Readiness System’ opgericht. VN-lidstaten kunnen via dit systeem aangeven welke specifieke capaciteiten ze voor een specifieke periode ter beschikking stellen van de Verenigde Naties. Dit staat de VN toe om veel beter op voorhand te kunnen plannen en flexibeler te kunnen inspelen op plotse crisissituaties. In opvolging van het HIPPO-rapport lanceerde VN-secretarisgeneraal Guterres in 2018 het zogenaamde Action 4 Peacekeeping (A4P)-initiatief. Hij riep VN-lidstaten in dit verband op om een ‘Declaration of Shared Commitments on UN Peacekeeping Operations’ (DSC) te ondertekenen, om zo bij te dragen aan de concrete uitvoering van het A4P-initiatief.

De Declaration of Shared Commitments4 werd op enkele maanden tijd al ondertekend door meer dan 150 VN-lidstaten. Deze laatsten beloven onder meer om ervoor te zorgen dat:

  • Mandaten van VN-vredesoperaties een politieke strategie en duidelijke prioriteiten bevatten, en dat de kloof tussen een mandaat en de ter beschikking gestelde middelen wordt aangepakt;
  • Mandaten van VN-vredesoperaties contextspecifiek zijn en gericht zijn op de bescherming van de burgerbevolking. Daarnaast moet er voldoende dialoog zijn tussen de VN-operatie en de lokale bevolking en lokale civiele maatschappij;
  • Er een nauwere samenwerking en consultatie plaatsvindt tussen de Veiligheidsraad en de Vredesopbouwcommissie;
  • VN-lidstaten verzekeren dat personeel dat ter beschikking wordt gesteld aan VN-vredesoperaties, een voorafgaandelijke training heeft doorlopen.

België is daarnaast een ondertekenaar van de Kigali Principles on the Protection of Civilians5 uit 2015. Via deze principes verbindt België zich er onder meer toe om:

  • Te garanderen dat er geen kloof is tussen het mandaat van een VN-operatie en de ter beschikking gestelde middelen;
  • Zogenaamde enabling capabilities bij te dragen aan VN-vredesoperaties, en om Belgische soldaten te trainen op de bescherming van burgers;
  • Bereid te zijn om, indien nodig, geweld te gebruiken om burgers te beschermen tegen agressie;
  • Bij te dragen aan snelle ontplooiingsmechanismen van personeel en materiaal aan VN-vredesoperaties.

België leverde de afgelopen jaren de commandant van MINUSMA, de VN-vredesoperatie in Mali, en een aantal essentiële ‘enablers’. De Belgische bijdrage aan MINUSMA was een belangrijke trendbreuk, nadat Defensie jarenlang minimale aandacht besteedde aan VN-vredesoperaties.

De beleidsnota Defensie 20196 beloofde om op dit ingeslagen pad verder te gaan, en stelde dat er een “evenwichtige keuze wordt gemaakt, die ook afgestemd wordt met andere departementen, voor wat de toewijzing van middelen aan de
organisaties zoals VN, NAVO, EU of coalities betreft.”

België blijft ook in 2019 deelnemen aan MINUSMA. Defensie stelt hiertoe één C-130-transportvliegtuig, 120 militairen en zes specialisten ter beschikking. Daarnaast stelt Defensie een aantal stand-by capaciteiten ter beschikking van de VN:
twee tot vier B-Hunter-drones, zes F-16-gevechtsvliegtuigen, een aantal specialisten voor de versterking van een Joint Force Air Component (JFACC), één A-321, één commando- en logistiek steunschip, één mijnenjager (inclusief gespecialiseerd
personeel) en twee militairen voor steun aan een maritieme site.7


Willem Staes

 

REFERENTIES

1 United Nations General Assembly, United Nations Security Council (2018): ‘Peacebuilding and Sustaining Peace. Report of the Secretary-General”, A/72/707- S/2018/43, p 13-14.
2 http://mptf.undp.org/factsheet/fund/PB000.
3 https://diplomatie.belgium.be/nl/Beleid/beleidsthemas/vrede_en_veiligheid/conflictpreventie_en_vredesopbouw.
4 https://peacekeeping.un.org/sites/default/files/dpko-dfsdeclaration- shared-commitments-unpeacekeeping-1812605e.pdf.
5 http://www.globalr2p.org/media/files/kp-principles-1.pdf.
6 http://www.dekamer.be/doc/FLWB/pdf/54/3296/54K3296028.pdf.
7 Zie het operationeel plan Defensie 2019: https://www.vandeput.fgov.be/nl/minister-van-defensie-sander-loones-stelthet-plan-operaties-2019-voor-de-strijd-tegen-terrorisme.

partners